Box 3 vanaf 2028: wat gaat er veranderen?
Het box 3-stelsel staat al jaren ter discussie. Het Kerstarrest van de Hoge Raad in 2021 dwong de overheid tot verandering. Sindsdien geldt een tijdelijke Overbruggingswet, en werkt de overheid aan een nieuw stelsel op basis van werkelijk rendement. Op deze pagina lees je wat er gaat veranderen en wat dat voor jou betekent.
Waarom verandert box 3?
Tot 2017 betaalde iedereen in box 3 belasting over een vast fictief rendement van 4%, ongeacht hoeveel je werkelijk verdiende. Met spaarrentes van minder dan 1% betaalde je feitelijk belasting over geld dat je niet had verdiend.
Na jarenlange kritiek oordeelde de Hoge Raad op 24 december 2021 (het zogenaamde Kerstarrest) dat het oude stelsel in strijd was met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Belasting heffen over een rendement dat je niet hebt behaald, mag niet.
Dat arrest had twee gevolgen. Ten eerste moest de Belastingdienst rechtsherstel bieden aan spaarders die te veel hadden betaald. Ten tweede moest de overheid het box 3-stelsel fundamenteel aanpassen.
De Overbruggingswet (2023-2027)
Een nieuw stelsel op basis van werkelijk rendement kost jaren om te bouwen. Als tussenoplossing voerde de overheid de Overbruggingswet in, die sinds 2023 van kracht is.
De Overbruggingswet werkt nog steeds met forfaitaire (fictieve) percentages, maar maakt onderscheid tussen drie vermogenscategorieën:
- Banktegoeden — laag percentage, gebaseerd op de gemiddelde spaarrente.
- Overige beleggingen — hoger percentage, gebaseerd op het gemiddeld beursrendement.
- Schulden — verlagen je grondslag via een eigen rendementspercentage.
Het grote verschil met het oude stelsel: spaarders betalen nu minder belasting dan beleggers. Voorheen gold voor iedereen hetzelfde percentage.
Wet werkelijk rendement (verwacht 2028)
De overheid werkt aan de Wet werkelijk rendement. De bedoeling is dat je vanaf 2028 belasting betaalt over wat je daadwerkelijk hebt verdiend met je vermogen: rente, dividend, huurinkomsten en waardestijgingen.
Wat verandert er concreet?
- Je betaalt belasting over je werkelijke rente, dividend en huurinkomsten.
- Waardestijgingen van aandelen en vastgoed worden jaarlijks belast (ook als je niet verkoopt).
- Verliezen mogen verrekend worden met winsten in andere jaren.
- Banktegoeden worden belast op basis van de werkelijk ontvangen rente.
Wat betekent dit voor jou?
De impact van de Wet werkelijk rendement hangt af van je vermogenssamenstelling.
Spaarders
Heb je voornamelijk spaargeld? Dan verandert er waarschijnlijk weinig. Je betaalt nu al belasting op basis van een percentage dat dicht bij de werkelijke spaarrente ligt. Onder het nieuwe stelsel betaal je belasting over de rente die je werkelijk ontvangt.
Beleggers
Voor beleggers wordt het ingewikkelder. In goede jaren betaal je meer belasting (over je werkelijke winst), maar in slechte jaren betaal je minder of niets. Je kunt verliezen verrekenen. Of je per saldo meer of minder betaalt, hangt af van je rendement.
Vastgoedbeleggers
Verhuurders van vastgoed worden het meest geraakt als waardestijgingen jaarlijks belast gaan worden. Tegelijk mogen kosten zoals onderhoud en rente waarschijnlijk worden afgetrokken. De exacte regeling is nog niet definitief.
| Situatie | Verwachte impact |
|---|---|
| Vooral spaargeld | Weinig verandering |
| Beleggingen (goed rendement) | Waarschijnlijk meer belasting |
| Beleggingen (slecht rendement) | Minder of geen belasting |
| Verhuurde woningen | Complexer, mogelijk meer belasting |
| Groene beleggingen | Vrijstelling verdwijnt geleidelijk |
Afbouw groene vrijstelling
Groene beleggingen (groensparen, groenfondsen) kennen al jaren een extra vrijstelling in box 3. Die vrijstelling wordt de komende jaren afgebouwd en verdwijnt waarschijnlijk bij de invoering van de Wet werkelijk rendement.
| Jaar | Vrijstelling p.p. | Heffingskorting |
|---|---|---|
| 2024 | € 71.251 | 0,7% |
| 2025 | € 26.312 | 0,1% |
| 2026 | € 26.715 | 0,1% |
| 2027 | Nog onbekend | Nog onbekend |
| 2028+ | Vervalt (verwacht) | Vervalt (verwacht) |
De forse verlaging van € 71.251 naar € 26.312 per persoon in 2025 laat zien dat de overheid de groene vrijstelling afbouwt. Houd hier rekening mee als je overweegt om in groene fondsen te stappen vanwege het belastingvoordeel.
Wat kun je nu al doen?
Hoewel de exacte regels nog niet vaststaan, zijn er een paar dingen die je nu al kunt doen:
1. Ken je huidige situatie
Bereken hoeveel vermogensbelasting je nu betaalt. Dat geeft een referentiepunt voor de toekomst. Gebruik onze gratis calculator.
2. Houd je administratie bij
Onder het nieuwe stelsel moet je je werkelijke rendementen kunnen aantonen. Bewaar jaaroverzichten van je bank, broker en verhuurinkomsten.
3. Overweeg de impact op je vermogensmix
De verhouding tussen spaargeld en beleggingen bepaalt straks hoeveel belasting je betaalt. Als spaarder verandert er weinig. Als belegger hangt het af van je rendement. Neem dit mee in je financiele planning.
4. Benut nu je vrijstellingen
Het heffingsvrij vermogen en de partnerverdubbeling gelden zeker tot en met 2027. Heb je een fiscaal partner? Verdeel het vermogen optimaal om de dubbele vrijstelling te benutten.
Gratis, in 30 seconden, inclusief groene beleggingen
Meer over vermogensbelasting
- Vermogensbelasting overzicht — alles over box 3 op een rij
- Rekenvoorbeeld box 3 — stap voor stap door de berekening
- Vrijstelling en drempels — heffingsvrij vermogen en groene beleggingen